Wat is Postmodernisme in de literatuur?
Heb je je ooit afgevraagd waarom sommige boeken zo'n chaos lijken te zijn? Waarom verhalen niet meer lineair lopen, personages zich ineens bewust zijn van hun eigen fictieve bestaan, of waarom een schrijver je rechtstreeks lijkt toe te spreken?
Dan heb je waarschijnlijk een postmodern verhaal in handen. Postmodernisme in de literatuur is een stroming die alles op z'n kop zet.
Het is een beetje als een schilderij dat niet alleen een landschap laat zien, maar ook de verf, de kwast en de schilder zelf. Het is een beweging die de regels van het traditionele verhaal negeert en de lezer uitdaagt om op een compleet nieuwe manier naar teksten te kijken.
Definitie van postmodernisme in de literatuur
Stel je voor: je leest een boek en ineens bespreek de hoofdpersoon hoe het boek waar hij in zit eigenlijk geschreven zou moeten worden.
Dat is typisch postmodern. Het is een stroming die ontstond als een reactie op het modernisme. Waar modernisten nog probeerden de complexiteit en chaos van de wereld te vatten in gestructureerde, diepzinnige kunst, gaven postmoderne schrijvers die chaos gewoon toe. Ze geloofden niet meer in één groot, samenhangend verhaal dat alles verklaart.
Reactie op het modernisme
Ze noemden dat 'het einde van de grote verhalen'. Het modernisme, met schrijvers als James Joyce of Virginia Woolf, zocht nog naar diepgang en betekenis. Ze waren serieus.
Postmoderne schrijvers keken daar een beetje schamper naar. Ze vonden dat de wereld te ingewikkeld was geworden voor zulke zekerheden.
De term en zijn tijd
De Tweede Wereldoorlog, de Koude Oorlog, de snelle technologische veranderingen; het maakte dat schrijvers gingen twijfelen aan vooruitgang, waarheid en rede. Ze draaiden de boel dus een beetje door. Het werd speelser, ironischer en minder gefocust op één waarheid.
Hoewel de ideeën al eerder speelden, werd de term postmodernisme pas echt populair in de jaren '60 en '70. Het was de tijd van protest, van het in twijfel trekken van gezag.
In de literatuur was dit het moment waarop schrijvers echt loskwamen van de traditionele structuur. Ze gingen experimenteren met vorm en inhoud op manieren die voorheen ondenkbaar waren. Het was de geboorte van een literaire houding die vandaag de dag nog steeds voelbaar is in veel moderne romans.
Belangrijkste literaire kenmerken
Oké, je herkent een postmodern boek dus aan een paar dingen. Het is niet altijd makkelijk, maar er zijn een aantal vaste ingrediënten.
Denk aan een gerecht dat steeds opnieuw wordt opgediend, maar met andere kruiden. Het draait allemaal om het spelen met verwachtingen en het doorbreken van illusies. Schrijvers willen laten zien dat een verhaal maar een verhaal is, en niets meer dan dat.
Metafictie
Dit is een van de leukste kenmerken. Metafictie betekent dat het verhaal over zichzelf gaat.
De auteur kan bijvoorbeeld commentaar geven op het schrijfproces, of de personages weten dat ze in een boek zitten. Ze praten soms rechtstreeks met de lezer. Het is een manier om de 'werkelijkheid' van het verhaal te doorbreken. Je wordt er als lezer aan herinnerd dat je geen echt verhaal leest, maar een constructie.
Intertekstualiteit
Het voelt alsof de goochelaar je zijn truc uitlegt terwijl hij hem uitvoert. Een postmodern boek is zelden uniek.
Het bouwt voort op wat er al was. Dit noem je intertekstualiteit. Een schrijver haalt elementen uit andere boeken, sprookjes, mythologie of zelfs reclames.
Het is een soort eerbetoon, maar ook een manier om te laten zien dat niets nieuw is.
Ironie en pastiche
Denk aan een boek dat een oud sprookje herschrijft vanuit het perspectief van de boze stiefmoeder. Of een detective die verwijst naar Sherlock Holmes, maar dan in een compleet andere context. Het is een web van referenties voor de doorgewinterde lezer.
Humor en een knipoog zijn essentieel. Ironie zorgt ervoor dat schrijvers serieuze onderwerpen met een korreltje zout kunnen presenteren. Ze doen alsof ze iets menen, maar bedoelen het tegenovergestelde. Pastiche is het imiteren van de stijl van een andere schrijver of periode, vaak met een komisch effect.
Het is een soort literair maskeradebal. Je herkent de stijl, maar de inhoud is anders. Dit zorgt voor een speelse, soms chaotische sfeer die de lezer continu op het verkeerde been zet.
De rol van de lezer en de auteur
In een postmodern verhaal ben je als lezer niet meer alleen een passieve ontvanger.
Je bent een actieve speler. De schrijver trekt zich steeds meer terug en laat de lezer het werk doen. Dit idee veranderde de literatuur voorgoed. Het is alsof de auteur zegt: "Ik heb een hoop puzzelstukjes neergelegd, jij mag de afbeelding zelf verzinnen."
Het beroemde essay 'De dood van de auteur' van de Franse literatuurcriticus Roland Barthes verscheen in 1967. Dit was een keerpunt.
De dood van de auteur
Barthes stelde dat de bedoeling van de auteur er niet toe doet.
Als een schrijver een boek schrijft, is het niet meer van hem. De betekenis ontstaat op het moment dat jij, de lezer, het leest. Je eigen achtergrond, gevoelens en ideeën bepalen wat het verhaal betekent.
De auteur is 'dood' omdat hij de macht over zijn verhaal verliest zodra het gedrukt staat. Door deze 'dood' word jij als lezer de baas.
Actieve interpretatie
Jij bepaalt wat de metaforen betekenen, welke kant het verhaal opgaat en wat de boodschap is. Er is geen 'juiste' interpretatie meer. Dit kan frustrerend zijn, maar ook enorm bevrijdend.
Het maakt lezen tot een persoonlijke zoektocht. Je bent niet meer op zoek naar het ene antwoord van de auteur, maar naar je eigen antwoorden in de tekst.
Je interactie met het boek wordt veel intenser.
Sleutelfiguren van het postmodernisme
Er zijn een paar schrijvers die onlosmakelijk verbonden zijn met deze stroming. Hun werk voelt soms als een hersenkraker, maar het is vaak briljant.
Ze laten zien wat er allemaal mogelijk is met taal en structuur. Als je begint met postmodernisme, zijn dit de namen die je moet kennen. Pynchon is de koning van de complexiteit.
Thomas Pynchon
Zijn boeken zijn vaak gigantisch dik en zitten vol met wetenschappelijke theorieën, complottheorieën en bizarre personages.
Hij vermengt hoge cultuur met popcultuur op een manier die je duizelig maakt. Zijn roman The Crying of Lot 49 is een klassieker: een kort, maar intens verhaal over een vrouw die een complot lijkt te ontdekken dat misschien wel niet bestaat. Het is typisch postmodern: de waarheid blijft vaag.
Kurt Vonnegut
Vonnegut schreef met een glimlach en een zucht. Zijn werk is toegankelijker, maar niet minder diepgaand.
Zijn meesterwerk Slaughterhouse-Five verscheen in 1969. Het gaat over Billy Pilgrim, die ontdekt dat hij 'in en uit de tijd' glipt, een klassiek voorbeeld van magisch realisme in de literatuur.
Umberto Eco
Het boek springt heen en weer tussen de Tweede Wereldoorlog en een vreemde planeet. Vonnegut speelt met de lineaire tijd en vermengt zijn eigen ervaringen met fictie. Hij laat de gruwelen van de oorlog zien door een bizarre, bijna komische bril. De Italiaanse hoogleraar semiotiek Umberto Eco schreef met De naam van de roos een historische roman die ook diep postmodern is.
Het is een moordmysterie in een middeleeuws klooster, maar het is ook een boek over boeken, over het zoeken naar waarheid en over de betekenis van symbolen. Eco bouwde een gigantisch web aan referenties naar filosofie en geschiedenis. Hij liet zien dat postmodernisme niet per se ingewikkeld en ontoegankelijk hoeft te zijn; het kan ook een geweldig, meeslepend verhaal zijn.
Postmodernisme in de Nederlandse literatuur
Ook in Nederland heeft het postmodernisme diepe sporen nagelaten. Onze schrijvers lieten de strakke, realistische verhalen van de 'Gouden Eeuw' achter zich en gingen experimenteren.
Ze werden speelser, ironischer en trokken de eigen werkelijkheid in twijfel. Het leverde prachtige, soms verwarrende, boeken op die je als lezer flink aan het denken zetten, voortbouwend op de literaire vernieuwingen uit het modernisme. Een van de belangrijkste figuren in de Nederlandse postmoderne literatuur is Cees Nooteboom. Zijn werk, zoals de roman Persephone, is vaak een zoektocht naar identiteit en betekenis.
Cees Nooteboom
Hij laat personages reizen, filosoferen en twijfelen. Zijn verhalen zijn nooit rechttoe rechtaan.
Hij speelt met literaire tradities en vermengt feiten met fictie. Nooteboom is de denker onder de Nederlandse postmoderne schrijvers; zijn boeken vragen om een attente lezer die van puzzelen houdt, in de traditie van de Grote Drie van de Nederlandse literatuur.
Arnon Grunberg
Arnon Grunberg is misschien wel de meest productieve en veelzijdige postmoderne auteur van Nederland. Zijn werk is vaak shockerend, humoristisch en extreem meta. In romans als Blauwe maandagen of Tirza speelt hij met de rol van de schrijver.
Zijn personages zijn vaak onbetrouwbare vertellers, en Grunberg zelf mengt zich regelmatig in de discussie. Hij doorbreekt voortdurend de grens tussen de echte wereld en de wereld in zijn boeken. Hij laat zien dat literatuur geen gesloten systeem is, maar een levend, speels veld.
