Hoe schrijf je een overtuigend non-fictie voorstel?
Je hebt een geweldig idee voor een non-fictieboek. Iets wat je móét delen met de wereld.
Maar hoe overtuig je een uitgeverij om juist jouw manuscript uit te geven? Een non-fictie voorstel is je visitekaartje. Het is het verschil tussen een stapel ongelezen papier en een veelbelovend manuscript op een redactiebureau. Laten we samen een ijzersterk voorstel schrijven. Jij aan de keukentafel, ik naast je met een bak koffie.
Wat je nodig hebt voordat je begint
Voordat je één woord typt, moet je een paar dingen op een rijtje hebben. Zonder deze basis is je voorstel vaag en ongeloofwaardig. We gaan voor concreet, niet voor zweverig.
Allereerst je kernidee. Schrijf in één zin op waar je boek over gaat.
Bijvoorbeeld: “Een praktische leesgids voor beginnende literatuurliefhebbers die de klassiekers willen begrijpen.” Dit is je kompas. Vervolgens je doelgroep.
Wie koopt dit boek? Een specifieke omschrijving helpt. Denk aan: “Mannen en vrouwen tussen de 30 en 50 jaar die graag lezen maar niet weten waar ze moeten beginnen.” Wees niet te breed.
Daarnaast heb je een concurrentieanalyse nodig. Welke boeken liggen er al in de schappen bij de lokale boekhandel?
Noem drie titels die erop lijken en leg uit hoe jouw boek anders is. Dit toont aan dat je de markt kent. Tot slot een realistische planning. Hoeveel tijd heb je nodig om het manuscript af te ronden?
Een non-fictieboek schrijf je vaak in 4 tot 6 maanden als je je focust. Wees eerlijk tegen jezelf.
Stap 1: De logline en de titel
Elke goede pitch, essentieel als je een literair agent zoekt, begint met een sterke titel en een heldere logline.
- Schrijf een working title (werktitle) van maximaal 10 woorden. Bijvoorbeeld: “De Leesrevolutie: Een praktische gids voor elke lezer.” Het mag later nog veranderen, maar het moet nu al kloppen.
- Formuleer je logline in 25 tot 30 woorden. Gebruik deze structuur: [Hoofdpersonage/doelgroep] wil [doel] maar [tegenstander/uitdaging] staat in de weg, tot [keerpunt]. Voor non-fictie: “Wie worstelt met het grote aanbod aan literatuur leert in dit boek in 10 stappen hoe je sneller en met meer plezier leest.”
- Test je titel op herkenbaarheid. Vraag het drie vrienden. Begrijpen ze direct waar het boek over gaat? Zo nee, pas aan.
Dit is de eerste indruk. Maak het smakelijk en direct.
Tijdsindicatie: 30 minuten tot 1 uur. Veelgemaakte fout: Een titel die te creatief is maar niets zegt over de inhoud. Kies voor duidelijk boven creatief.
Stap 2: De kern van je voorstel: de synopsis
De synopsis is de ruggengraat van je voorstel. Hier vertel je precies wat de lezer kan verwachten als je je boek in de boekhandel wilt krijgen.
- Beschrijf de structuur van het boek. Hoeveel hoofdstukken heeft het? Wat is de logische volgorde? Geef per hoofdstuk een korte omschrijving van 1 à 2 zinnen. Bij een leesgids kun je bijvoorbeeld een hoofdstuk indelen per genre: literaire thrillers, historische romans, etc.
- Leg de unieke insteek uit. Wat maakt jouw aanpak anders dan die van bestaande gidsen? Misschien combineer je theorie met praktische oefeningen, of focus je op een specifieke niche zoals Scandinavische literatuur. Wees hier concreet.
- Geef een voorproefje van de toon. Schrijf een kort voorbeeldtekst van ongeveer 150 woorden. Dit mag een fragment zijn uit een inleiding of een typisch hoofdstuk. Laat zien dat je kunt schrijven.
- Vermeld de totale omvang. Hoeveel pagina’s of woorden wordt het boek? Een gemiddelde non-fictie leesgids telt tussen de 40.000 en 60.000 woorden (circa 150 tot 200 pagina’s).
Hou het bondig: maximaal 500 woorden. Tijdsindicatie: 2 tot 3 uur. Veelgemaakte fout: Te veel details geven over achtergrondinformatie in plaats van de daadwerkelijke inhoud.
Hou het bij de kern van het verhaal.
Stap 3: De markt en de auteur
Een uitgeverij wil weten: wie ben jij en voor wie schrijf je? Zorg dat je, net zoals wanneer je een pakkende flaptekst schrijft, direct je geloofwaardigheid toont.
- Omschrijf de doelgroep in specifieke termen. Geen “iedereen die leest”, maar “leesclubs die op zoek zijn naar moderne klassiekers” of “studenten die moeite hebben met literatuurlijsten.” Noem een aantal vergelijkbare boeken die deze groep al koopt.
- Beschrijf jezelf als auteur. Waarom ben jij de juiste persoon om dit boek te schrijven? Noem je expertise, een blog over literatuur, een opleiding of je werkervaring. Hou het relevant voor het onderwerp.
- Vermeld je promotieplan. Hoe ga je het boek onder de aandacht brengen? Denk aan een eigen website, een nieuwsbrief met 500+ abonnees, of contacten met literaire festivals. Een uitgever wil zien dat je meewerkt aan de verkoop.
- Voeg een concurrentieanalyse toe. Maak een tabel met 3 tot 5 boeken. Kolommen: Titel, Auteur, Uitgever, Jaar van uitgave, Sterke punten, Zwakke punten. Leg uit hoe jouw boek hier een gat in vult.
Tijdsindicatie: 1 tot 2 uur. Veelgemaakte fout: Te bescheiden zijn over je eigen kwaliteiten.
Geloof in jezelf, dat werkt aanstekelijk.
Stap 4: De praktische afhandeling
Het voorstel is bijna klaar. Nu de laatste details die het professioneel maken.
- Bepaal je deadline. Wanneer lever je het volledige manuscript aan? Wees realistisch. Een non-fictieboek schrijven kost tijd voor research en schrijven. Zeg niet “over 2 maanden” maar “op 1 september 2024”.
- Controleer de huisstijl van de uitgeverij. Elke uitgever heeft specifieke eisen voor een voorstel. Check hun website. Wordt het per e-mail gestuurd? Als Word-document? Meestal is een PDF van 3 tot 5 pagina’s de standaard.
- Voeg een proefhoofdstuk toe (indien gevraagd). Soms wil een uitgever alvast 10 tot 20 pagina’s lezen. Kies je sterkste hoofdstuk of de inleiding. Zorg dat het klopt qua spelling en grammatica.
- Schrijf een korte begeleidende e-mail. Houd het kort: drie tot vier zinnen. Stel je voor, noem de titel van je boek en vraag beleefd om aandacht voor je bijlage.
Tijdsindicatie: 1 uur. Veelgemaakte fout: Vergeten om je contactgegevens (telefoonnummer, e-mailadres) duidelijk onderaan je voorstel te zetten.
Verificatie-checklist
Voordat je op verzenden drukt, loop deze lijst na. Een gemiste fout kan het verschil maken.
- Is de titel helder en aantrekkelijk?
- Is de logline kort en krachtig (maximaal 30 woorden)?
- Bevat de synopsis de structuur en de unieke insteek?
- Zijn de doelgroep en concurrentie duidelijk omschreven?
- Staan je contactgegevens onderaan het document?
- Heb je het bestand opgeslagen als PDF (tenzij anders gevraagd)?
- Is de e-mail bijlagen vrij van typefouten?
Als je overal ja kunt antwoorden, ben je klaar. Verstuur je voorstel met vertrouwen.
Jij hebt het werk gedaan. Nu is het wachten op een reactie. Succes!
